J.C. Bloem
February 19th, 2010
ÉÉN DAG
Het zachte water trok aan ons voorbij,
Het oude water, een der elementen,
Hetzelfde van den aanvang aller lenten.
Wij stonden aan zijn oever, zij aan zij.
Wij waren stil, veerkrachtig en vermoeid
Van liefde en het verruischen van zijn vlagen;
Dezelfde van den aanvang aller dagen
Had onze warsheid eindelijk doorgloeid.
Wij dachten dit een eind van onze pijn
En dat het leven nu zijn greep zou slaken,
Dat het ons rustig en vervuld ging maken,
Zooals de weinigen, die gelukkig zijn.
En van heel dezen aanslag op den tijd,
Van al dat hunkren naar een levenswende,
Bleef ons alleen maar kommer en ellende,
Verraad en wrok en bittere eenzaamheid.
KAMPERFOELIE (makoho: this one is for summer)
Ik had niet vaak meer aan dat huis gedacht,
Noch aan die tuin. Dit alles is verleden.
Eindlijk raakt ieder ieder leed ontgleden
Al is het hart ook bijna omgebracht.
Vanwaar dan dat, terwijl ‘t ontembaar hart
Al lang naar andre, verdre dingen haakte,
Ik mij weer in ‘t voormalige wist verward,
Omdat ik aan de geur dacht, zwoel en lauw,
Die van de kamperfoelie zich losmaakte
Bij ‘t stijgen van de zomeravonddauw?
My name is Marco Hokke. My blog is about the things that interest me and things I might forget if I would not blog them.
Leave a Reply